ECLI:NL:RBDHA:2024:15418
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak familie en gezin
Verzoeker heeft op 13 maart 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'familie en gezin'. Deze aanvraag is bij besluit van 26 juli 2024 afgewezen en er is een inreisverbod van twee jaar opgelegd vanwege het niet voldoen aan een vertrekplicht uit een eerder terugkeerbesluit van 21 juli 2023.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit primaire besluit en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter. De minister van Asiel en Migratie heeft aangegeven zich niet te verzetten tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening, voor zover dit ziet op het niet uitzetten van verzoeker totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter heeft op 30 september 2024 zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk gegrond verklaard. Dit betekent dat verzoeker in Nederland mag blijven totdat de beslissing op het bezwaar is genomen en niet mag worden uitgezet naar Algerije tot die datum.
Daarnaast is verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875,- en het griffierecht van € 187,- aan de gemachtigde van verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt geschorst totdat op bezwaar is beslist.