ECLI:NL:RBDHA:2024:15428

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
27 september 2024
Zaaknummer
C/09/672461 KG RK 24-1288
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens onvoldoende onderbouwing partijdigheid

Op 12 september 2024 diende verzoeker een mondeling wrakingsverzoek in tegen mr. O. van der Burg, rechter in de hoofdzaak tussen verzoeker en Infomedics B.V. Verzoeker gaf aan geen vertrouwen te hebben in de onpartijdigheid van de rechter, maar onderbouwde dit niet met concrete feiten of omstandigheden.

De wrakingskamer oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor partijdigheid of de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan. Omdat verzoeker geen concrete aanwijzingen aanvoerde, werd het verzoek als kennelijk ongegrond beschouwd.

Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek vond niet plaats, omdat het verzoek direct ongegrond was. De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij het indienen van het wrakingsverzoek.

De beslissing werd op 24 september 2024 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit S.M. Krans, A.M.A. Keulen en A.M. Boogers, in aanwezigheid van griffier M.L. van Nooijen-Kühler. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van partijdigheid.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer
wrakingnummer 2024/68
zaak- /rekestnummer: C/09/672461 KG RK 24-1288
Beslissing van 24 september 2024
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. O. van der Burg,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het proces-verbaal van de zitting van 12 september 2024 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 11102021 \ RL EXPL 24-9347 tussen verzoeker als gedaagde partij en Infomedics B.V. als eisende partij (hierna: de hoofdzaak).
2.2.
Verzoeker heeft blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij er geen vertrouwen in heeft.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel meteen op het moment dat deze aan hem of haar bekend zijn geworden.
3.2.
De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond is en zal het verzoek daarom afwijzen. Verzoeker heeft onvoldoende geconcretiseerd welke bijzondere omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid van de rechter. Verzoeker heeft bij het begin van de zitting op 12 september 2024 gesteld dat hij er geen vertrouwen in heeft, maar hij heeft deze stelling op geen enkele wijze aan de hand van feiten en omstandigheden onderbouwd.
3.3.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar omdat direct duidelijk is dat het verzoek ongegrond is, wordt aan dat debat niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer
4.1.
wijst het verzoek tot wraking af;
4.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
4.3.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• de wederpartij in de hoofdzaak;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en A.M. Boogers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.