Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 25 september 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Nadat de minister niet tijdig een besluit nam, stelde eiser de minister bij brief van 27 maart 2024 formeel in gebreke. De minister ontving deze ingebrekestelling op 28 maart 2024.
Volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit pas worden ingesteld nadat twee weken zijn verstreken sinds ontvangst van de ingebrekestelling. De termijn van twee weken begon op 29 maart 2024 en liep af op 12 april 2024.
Eiser diende echter het beroepschrift reeds in op 11 april 2024, één dag te vroeg. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de wettelijke vereisten en is het kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en deed uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het te vroeg indienen van het beroepschrift.