Eiser heeft op 22 november 2023 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel familie en gezin. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke termijn van negentig dagen een besluit genomen en heeft de beslistermijn met drie maanden verlengd. Eiser stelde de minister op 5 juli 2024 in gebreke, waarna hij meer dan twee weken later beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep terecht en gegrond is, omdat de minister niet tijdig heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 7.500,-.
Daarnaast krijgt eiser een vergoeding van € 437,50 voor proceskosten, omdat hij een professionele juridische hulpverlener inschakelde, en wordt het betaalde griffierecht van € 187,- vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier M.M. Mulder op 13 september 2024.