ECLI:NL:RBDHA:2024:15492

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 september 2024
Publicatiedatum
29 september 2024
Zaaknummer
SGR 23/8464
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden bij omzetting WGA-uitkering

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om zijn loongerelateerde WGA-uitkering om te zetten in een WGA-vervolguitkering. Na ontvangst van het dossier heeft eiser nagelaten zijn beroepsgronden aan te vullen, ondanks een herhaald verzoek van de rechtbank om dit uiterlijk 15 juli 2024 te doen.

De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vastgesteld dat het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat en heeft daarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

De uitspraak is gedaan door rechter D.R. van der Meer en griffier H.B. Brandwijk op 4 september 2024. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: Het beroep van eiser is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/8464

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2024 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. I. Amghar),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

verweerder
(gemachtigde: mr. M.A. Bakker).

Beoordeling door de rechtbank

1. Bij besluit van 25 oktober 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de loongerelateerde WGA-uitkering van eiser met ingang van 29 januari 2023 omgezet in een WGA-vervolguitkering.
2. Bij besluit van 6 november 2023 heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
3. Eiser heeft op 18 december 2023 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Eiser stelt dat hij volledig arbeidsongeschikt is en de geselecteerde functies niet kan verrichten.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser, na ontvangst van het dossier, zijn beroepsgronden niet heeft aangevuld, ook niet na een daartoe strekkend herhaald verzoek van de rechtbank op 4 juni 2024, waarbij eiser tot 15 juli 2024 in de gelegenheid is gesteld om zijn beroepsgronden aan te vullen.
5. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt de mogelijkheid om uitspraak te doen zonder zitting als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank maakt van deze mogelijkheid gebruik en verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van mr. H.B. Brandwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 september 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.