ECLI:NL:RBDHA:2024:15552
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure tegen niet-behandeling verblijfsvergunning
De minister van Asiel en Migratie heeft op 12 augustus 2024 een besluit genomen om de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit op grond van de Dublin-verordening, waarbij Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een gerelateerde zaak op 3 september 2024 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de minister en een tolk.
Gezien de uitspraak op het beroep in de gerelateerde zaak is de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en ziet geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten.
De uitspraak is gedaan op 18 september 2024 door voorzieningenrechter M. Eversteijn en griffier M.A.W.M. Engels. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.