ECLI:NL:RBDHA:2024:15573
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij is vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Eiser stelde dat hij risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro vanwege toename van extreem rechtsextremistische geweldsincidenten en capaciteitsproblemen in de Duitse opvang. Hij verwees naar diverse nieuwsartikelen ter onderbouwing van zijn bezwaren.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij persoonlijk een onrechtmatige behandeling zal ondervinden. De aangevoerde incidenten en capaciteitsproblemen zijn onvoldoende om de hoge drempel van zwaarwegendheid te bereiken. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.