De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis van 6 maart 2017 veroordeeld tot een PIJ-maatregel, die nadien steeds is verlengd. De maatregel werd voorwaardelijk beëindigd op 11 september 2023 met voorwaarden die later werden gewijzigd. De officier van justitie verzocht om verlenging van deze voorwaardelijke beëindiging met 12 maanden vanwege zorgmijdend gedrag, agressief gedrag en aanhoudend cocaïnegebruik.
De rechtbank nam kennis van meerdere voortgangsverslagen en een brief van de zorginstelling Zorgzaam Verbinden, waar de veroordeelde recentelijk was overgeplaatst. De start bij deze instelling verliep moeizaam, met wisselend contact met begeleiding en verhoogd middelengebruik. De deskundige concludeerde dat de situatie nog onvoldoende stabiel is en dat een verlenging noodzakelijk is om verdere stabilisatie en begeleiding mogelijk te maken.
De verdediging pleitte voor een verlenging van zes maanden, stellende dat de veroordeelde al veel had bereikt en de termijn te lang zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat gezien de kwetsbaarheid van de veroordeelde, zijn psychopathologie, verslavingsgevoeligheid en het verhoogde recidiverisico, een termijn van twaalf maanden passend is.
De rechtbank stelde aangepaste bijzondere voorwaarden vast, waaronder begeleid wonen bij Zorgzaam Verbinden, toezicht door SVG Verslavingsreclassering GGZ, urine- en ademonderzoek ter controle van middelengebruik, en de mogelijkheid tot elektronisch toezicht bij toenemende risico's. De maatregel wordt verlengd met een jaar om de resocialisatie en stabilisatie te waarborgen.