Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister heeft op 1 februari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Algerijnse nationaliteit is, en deze maatregel duurt voort. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de zaak op basis van stukken beoordeeld.
Eiser stelde dat de minister onzorgvuldig en onvoldoende voortvarend handelde, onder meer omdat de minister een vertraagde vlucht met escorts had aangevraagd terwijl eiser slechts had aangegeven niet mee te willen werken aan zijn uitzetting. De rechtbank overwoog dat de minister de procedure voor gedwongen uitzetting naar Algerije zorgvuldig volgt, waarbij de Algerijnse autoriteiten eerst vluchtgegevens opvragen alvorens een laissez passer wordt verstrekt. De inzet van escorts is noodzakelijk vanwege het ontbreken van rechtstreekse vluchten en de tussenstop in Europa.
De rechtbank concludeerde dat de minister voldoende heeft toegelicht waarom de uitzetting enige tijd in beslag neemt en dat eiser niet heeft meegewerkt om zijn vertrek te bespoedigen. De maatregel van bewaring is tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig gebleken. Het beroep is daarom ongegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.