ECLI:NL:RBDHA:2024:1559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank beoordeelt dat het niet tijdig beslissen een besluit gelijkstaat en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van twintig weken vast, gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning. Verweerder had geen behandelaar gekoppeld en gaf aan herstelverzuim te willen bieden, wat nader onderzoek kan vereisen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van € 7.500, en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442. Ook worden de proceskosten van € 437,50 aan eiser toegekend. Het verzoek om griffierechtvrijstelling wordt definitief toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en toekenning van proceskosten.