ECLI:NL:RBDHA:2024:15594
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen maatregel van bewaring en voortvarendheid uitzetting naar Algerije
Eiser is sinds 17 april 2004 in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat deze bewaring tot 29 april 2024 rechtmatig was. De minister heeft de voortzetting van de bewaring gemeld en een voortgangsrapportage overgelegd, waarop eiser heeft gereageerd.
Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije en dat de minister onvoldoende voortvarend handelt, ondanks dat de aanvraag voor een laissez passer op 12 oktober 2023 is ingediend en er negen maanden op reactie wordt gewacht. De rechtbank oordeelt dat er wel degelijk zicht is op uitzetting, het onderzoek bij de Algerijnse autoriteiten loopt nog en de minister heeft regelmatig gerappelleerd.
De rechtbank benadrukt dat eiser niet heeft meegewerkt aan zijn terugkeer en dat hij de rechtsplicht heeft Nederland te verlaten. De minister heeft voldoende inspanningen verricht en het langdurige onderzoek bij Algerije is niet doorslaggevend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de maatregel van bewaring blijft rechtmatig.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.