ECLI:NL:RBDHA:2024:156
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep intrekking tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Eiser, een derdelander van Azerbeidzjaanse nationaliteit, stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 1 september 2023, waarin zijn tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 werd beëindigd per 4 september 2023.
De rechtbank stelde vast dat een ander beroep tegen hetzelfde besluit reeds op 10 september 2023 was ingediend door een andere gemachtigde en dat hierover op 1 december 2023 uitspraak was gedaan. Ondanks meerdere verzoeken reageerde de gemachtigde van eiser niet op de vraag of het onderhavige beroep nog gehandhaafd werd.
Gezien het feit dat het eerdere beroep al was behandeld en de gemachtigde geen procesbelang aannemelijk maakte, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank heeft het beroep daarom niet inhoudelijk beoordeeld en kende geen proceskosten toe aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de tijdelijke bescherming is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.