ECLI:NL:RBDHA:2024:15605
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing asielaanvraag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die op 12 april 2024 door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoeker heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Hierbij is overwogen dat de rechtbank op 18 juni 2024 reeds uitspraak heeft gedaan in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL24.16241) en het verzoek om voorlopige voorziening daarom wordt afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 25 september 2024 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening in asielzaak wordt afgewezen.