ECLI:NL:RBDHA:2024:15608

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 september 2024
Publicatiedatum
30 september 2024
Zaaknummer
NL24.16157
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens inwilliging asielaanvraag

Verzoekster diende op 12 april 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 25 december 2022. Op 1 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag ingewilligd. Vervolgens trok verzoekster het beroep tegen het niet tijdig beslissen in en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door de asielaanvraag alsnog te honoreren. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van proceskosten.

De rechtbank stelde de proceskosten vast op €437,50, berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een wegingsfactor 'licht' werd toegepast omdat het beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van dit bedrag aan verzoekster.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van €437,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.16157

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Saakjan),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 12 april 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 25 december 2022.
Bij besluit van 1 augustus 2024 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster ingewilligd.
Verzoekster heeft het beroep niet tijdig beslissen ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoekster heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van €437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 26 september 2024 door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.