Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende op 20 april 2024 beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Op 21 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag alsnog ingewilligd. Vervolgens trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen, aangezien verzoekster aannemelijk maakte aan de voorwaarden te voldoen. Omdat verweerder niet tijdig had beslist en alsnog aan het beroep tegemoetkwam, werd het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond beoordeeld.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van € 437,50 aan proceskosten, gebaseerd op de toepasselijke puntenwaardering en wegingsfactor, waarbij de lichte wegingsfactor werd toegepast vanwege de beperkte aard van het beroep. De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 24 september 2024.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster.