ECLI:NL:RBDHA:2024:15649
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 mei 2023 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling is genomen. Verweerder stelde dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublin-verordening.
De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, omdat dat niet noodzakelijk werd geacht. Tijdens de procedure bleek dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken, waarop de gemachtigde verklaarde geen contact meer met eiser te hebben en niet op de hoogte te zijn van diens verblijfplaats of vrijheidsontneming.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt dat een vreemdeling die met onbekende bestemming is vertrokken in principe geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De gemachtigde heeft geen contact meer met eiser, zodat de rechtbank concludeert dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij de proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M.D. Gunster en griffier J. Dommerholt.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.