Verzoekers hebben tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie beroep ingesteld tegen hun overdracht aan de Duitse autoriteiten. Tegelijkertijd hebben zij een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de overdracht tijdelijk tegen te houden.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de bodemzaak behandeld. Omdat de rechtbank het beroep gegrond heeft verklaard, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en wordt het afgewezen.
Wel veroordeelt de voorzieningenrechter de minister tot betaling van de proceskosten aan verzoekers, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D.D. Kock en griffier F.A.E. van de Venne op 4 september 2024.