Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[minderjarige], V-nummer: [V-nummer 3] (gemachtigde: mr. E.H. Bokhorst),
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat Polen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2024 behandeld, waarbij eisers en hun gemachtigde afwezig waren.
Eisers stelden dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt voor Polen vanwege structurele tekortkomingen in het Poolse asiel- en opvangsysteem, onderbouwd met Duitse uitspraken en het AIDA-rapport 2023. Ook wees eiseres op haar zwangerschap en de mogelijke beperkte medische zorg in Polen. De minister verwees naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel en recente jurisprudentie waarin het AIDA-rapport 2022 is meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat het aan eisers is om aannemelijk te maken dat zij bij overdracht aan Polen een reëel risico lopen op een schending van fundamentele rechten. De Duitse uitspraken zijn niet bindend en de minister heeft voldoende gemotiveerd dat er geen evident slechtere situatie is. Het AIDA-rapport toont aan dat Dublinterugkeerders niet systematisch worden gedetineerd en dat de omstandigheden in detentie niet slecht zijn. De beroepsgrond faalt, het beroep wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.