Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoekster], V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] , verzoekers
[minderjarige], V-nummer: [V-nummer 3] (gemachtigde: mr. E.H. Bokhorst),
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 8 augustus 2024 besloten de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvragen volgens de Dublin-verordening.
Verzoekers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken samen met twee andere zaken op 27 augustus 2024 behandeld, waarbij verzoekers niet aanwezig waren. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak op de hoofdberoepen in de gerelateerde zaken, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wijst de verzoeken af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich en bekendgemaakt op 10 september 2024. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdberoepen reeds zijn behandeld.