ECLI:NL:RBDHA:2024:15696
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens ontbreken objectieve vrees vooringenomenheid
Verzoeker, gedetineerd in een penitentiaire inrichting, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die de inverzekeringstelling had getoetst. Verzoeker stelde dat de rechter-commissaris beschikte over meer informatie dan de verdediging, omdat stukken over een doorzoeking nog niet in het toetsingsdossier waren opgenomen. Dit zou een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid opleveren.
De wrakingskamer oordeelde dat het ontbreken van bepaalde stukken in het toetsingsdossier niet automatisch leidt tot een schending van onpartijdigheid. De rechter-commissaris mag zich beperken tot de stukken in het dossier en er was geen concreet bewijs dat zij gebruik had gemaakt van niet-toegankelijke informatie. Het feit dat het dossier als 'mager' werd ervaren door verzoeker was onvoldoende onderbouwing.
De wrakingskamer concludeerde dat de enkele omstandigheid dat de rechter-commissaris meer kennis had dan de verdediging geen zwaarwegende aanwijzing vormt voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het strafproces werd voortgezet in de stand zoals die was bij het indienen van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.