De Belastingdienst organiseerde een Europese openbare aanbesteding voor levering van eindejaarsvouchers en geschenken, waarbij de economisch meest voordelige inschrijving werd gekozen. Tintelingen eindigde tweede en betwistte de beoordeling op subgunningscriterium 1.3 (Aanbod eindejaarsgeschenken), waar zij een score 3 kreeg.
Tintelingen stelde dat de beoordelingscommissie vier fouten maakte, waaronder onjuiste weging van diversiteit, onduidelijkheid over sociale werkplaatsproducten en onterecht oordeel over de mogelijkheid om cadeaukaartwaarde te kiezen. De rechtbank oordeelde dat de beoordelingsvrijheid van de commissie beperkt is, maar dat geen sprake was van evidente beoordelingsfouten. De motivering van de commissie was voldoende onderbouwd en de score kon gedragen worden.
De vordering tot intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing en herbeoordeling werd afgewezen. Tintelingen werd veroordeeld in de proceskosten van €1.973 en de wettelijke rente. Het vonnis werd gewezen door mr. T.F. Hesselink op 9 september 2024.