Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublin-verordening. Verzoeker vorderde tevens een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en verwijst naar een gelijktijdige uitspraak in een vergelijkbare zaak (zaaknummer NL23.39386). Op basis daarvan wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en griffier J. de Winter. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk. De beslissing bevestigt dat de Dublin-verordening de verantwoordelijkheid voor de asielprocedure bij Duitsland legt, ondanks de vrees van verzoeker voor indirecte uitzetting vanwege strafrechtelijke detentie in Duitsland.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland is afgewezen.