7.3.Het oordeel van de rechtbank
Na te melden maatregel is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de opzetheling van een fiets. De diefstal die daaraan voorafging, heeft inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de eigenaar. Door heling wordt in een afzetmarkt voor gestolen goederen voorzien, waarbij ook indirect van het misdrijf van een ander wordt geprofiteerd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 7 augustus 2024, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 10 september 2024, opgemaakt door M. Strik. De reclassering schat de kans op recidive als hoog in. De verdachte is sinds 2021 veelvuldig veroordeeld voor vermogensdelicten, waardoor gesproken kan worden van een delictpatroon. De reclassering kenmerkt de dagbesteding van de verdachte, zijn psychosociaal functioneren en zijn houding als delictgerelateerde factoren. Eerder heeft de reclassering een onvoorwaardelijke ISD-maatregel geadviseerd, omdat de verdachte toen niet in beeld was bij de reclassering en hulpverleningsinstanties. Hierin is in vergelijking met destijds enige verbetering zichtbaar. Een ambulant kader blijft ontoereikend om gedragsverandering te bewerkstelligen. Diagnostisch onderzoek in een kliniek is geïndiceerd om aansluitend forensische klinische behandeling te realiseren. Omdat de verdachte heeft aangegeven hieraan mee te willen werken en dit nog niet eerder is geprobeerd binnen een voorwaardelijk kader, heeft de reclassering oplegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel geadviseerd, met daaraan verbonden een meldplicht bij de reclassering, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang en meewerken aan middelencontrole.
Ter terechtzitting heeft M. Strik, gehoord als deskundige, namens GGZ Reclassering Fivoor verklaard dat er bij oplegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel een risico bestaat dat de verdachte recidiveert voordat hij kan worden opgenomen in een kliniek, omdat de reclassering niet een opname direct aansluitend aan de detentie heeft kunnen regelen.
Als het de verdachte zou lukken om de periode tot hij naar de kliniek gaat te overbruggen zonder weer in aanraking te komen met justitie, kan hij in de kliniek goed starten. De reclassering wil dat de verdachte in de kliniek eerst diagnostisch wordt onderzocht en op basis daarvan een plan maken om te kijken hoe hij het best kan worden behandeld. De situatie van de verdachte is zo instabiel dat een ambulante behandeling niet aanslaat.
Eerdere maatregelen om recidive terug te dringen hebben onvoldoende resultaat gehad.
De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich aan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden zal houden.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte voldoet aan de vereisten voor het opleggen van de ISD-maatregel. Het feit waarvoor de verdachte wordt veroordeeld is namelijk een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Ook blijkt uit het strafblad van de verdachte dat hij in de vijf jaren voordat hij dit feit pleegde ten minste drie keer voor een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf. Het feit waarvoor de verdachte nu wordt veroordeeld, heeft hij gepleegd nadat deze straffen ten uitvoer zijn gelegd. Tot slot valt de verdachte onder de definitie van stelselmatige dader uit de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het gemotiveerde rapport van de reclassering over de wenselijkheid en/of noodzakelijkheid van de ISD-maatregel voor de verdachte.
Dit alles bij elkaar genomen maakt dat de rechtbank van oordeel is dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen. Omdat de verdachte steeds weer overlast en/of schade veroorzaakt, gaat nu het belang van de samenleving voor. Daarom is het voor de veiligheid van goederen nodig om de ISD-maatregel op te leggen. Daarnaast kan de ISD-maatregel een bijdrage leveren aan het oplossen van de psychische problemen van de verdachte en om herhaling van delictgedrag na afloop van de ISD-maatregel te voorkomen.
De rechtbank bepaalt, conform het advies van de reclassering, dat de ISD-maatregel voorwaardelijk wordt opgelegd en dus niet ten uitvoer wordt gelegd als de verdachte zich houdt aan de voorwaarden zoals die in de beslissing (het dictum) hieronder zijn opgenomen.
Vooral ter optimale bescherming van de maatschappij, maar ook om het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven, is het belangrijk voldoende tijd te nemen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de ISD-maatregel opleggen voor de maximale duur van twee jaren en de tijd die de verdachte vóór tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten niet aftrekken van de duur van die maatregel.
Daarnaast zal de rechtbank om dezelfde redenen bepalen dat de voorwaarden die aan de voorwaardelijke ISD-maatregel worden verbonden, gelden gedurende een proeftijd van twee jaren. Er is geen aanleiding daarnaast nog een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
De rechtbank heeft bij aparte beslissing het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte reeds opgeheven.