Eiser, een Syrische asielzoeker, kreeg in 2012 een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. De minister trok deze vergunning met terugwerkende kracht in per 2013 vanwege een Duitse veroordeling tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor strafbare feiten gepleegd in Duitsland. De minister baseerde dit op een strafmaatvergelijking van het Openbaar Ministerie (OM), die volgens eiser onduidelijk en onzorgvuldig was.
De rechtbank beoordeelde dat de minister zijn vergewisplicht niet had nageleefd. De strafmaatvergelijking was niet inzichtelijk en concludent, mede doordat de minister geen vertaling van het Duitse vonnis en psychiatrisch rapport had laten maken ondanks het advies van het OM. Ook waren de antwoorden van het OM tegenstrijdig en gaf de minister onvoldoende blijk van zorgvuldigheid.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser.