ECLI:NL:RBDHA:2024:1575
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor splitsing woning wegens onvoldoende parkeergelegenheid
Eiser vroeg een omgevingsvergunning aan voor het splitsen van een woning aan een adres in twee appartementen. De vergunning werd aanvankelijk verleend, maar na bezwaar van derde-partijen werd deze herroepen en uiteindelijk geweigerd vanwege onvoldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
De rechtbank oordeelde dat de extra parkeerplaats die eiser wilde realiseren op een ander perceel, ook van zijn eigendom, niet voldoende zeker en duurzaam beschikbaar was gesteld. Daarnaast was de doorrijbreedte van de garagepoort te smal (1,8 meter) om als bruikbare parkeerplaats te gelden. Verweerder mocht daarom de vergunning weigeren.
Eiser voerde ook een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, stellende dat vergelijkbare situaties anders werden beoordeeld, maar dit werd niet onderbouwd en faalde. Een verzoek tot onderzoek ter plaatse werd afgewezen omdat de rechtbank zonder dat onderzoek al tot haar oordeel kon komen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees teruggaaf van griffierecht en vergoeding van proceskosten af en bevestigde dat het besluit van 4 maart 2022 en het herroepingsbesluit van 27 januari 2022 samen het bestreden besluit vormen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.