De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2007. De minderjarige vertoont problematisch gedrag, waaronder middelengebruik, agressie en het niet accepteren van ouderlijk gezag. Er is sprake van een complexe gezinssituatie met langdurige spanningen tussen de ouders, die gescheiden zijn en gezamenlijk het gezag hebben.
De minderjarige woont momenteel bij een jeugdhulpinstelling na meerdere incidenten thuis en in eerdere opvanglocaties. De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling voor een jaar en een uithuisplaatsing voor zes maanden om stabiliteit en hulpverlening te waarborgen. De vader verzoekt een kortere uithuisplaatsing van drie maanden, terwijl de moeder geen verweer voert.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling zijn vervuld en dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Gezien de ernst van de situatie en de noodzaak voor langdurige hulpverlening en contactherstel, wordt de ondertoezichtstelling voor een jaar en de uithuisplaatsing voor zes maanden toegewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.