ECLI:NL:RBDHA:2024:15757
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
De minister heeft op 16 juni 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van deze maatregel tot 5 juli 2024 bevestigd. In deze procedure wordt het voortduren van de maatregel na die datum getoetst.
De rechtbank overweegt dat de minister voldoende voortvarend handelt door meerdere keren te rappelleren op de laissez-passer aanvraag, het voeren van vertrekgesprekken en het boeken van een vlucht voor eiser op 8 oktober 2024. De identiteit en nationaliteit van eiser zijn bevestigd door de Algerijnse autoriteiten, waardoor zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn aanwezig is.
Verder oordeelt de rechtbank dat het terecht is dat de minister geen lichter middel toepast, omdat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting en geen gegronde redenen heeft aangevoerd voor een lichter middel.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.