ECLI:NL:RBDHA:2024:15828
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel bewaring en verzoek schadevergoeding in vreemdelingenzaak
Eiser, met de Ghanese nationaliteit, werd op 27 juli 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet. De maatregel werd opgeheven op 3 september 2024 nadat eiser was uitgezet. Eiser stelde beroep in tegen de maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde uitsluitend of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest voorafgaand aan de opheffing. Verweerder had als zware gronden genoemd dat eiser het risico liep zich aan toezicht te onttrekken en de uitzettingsprocedure te ontwijken, welke gronden door eiser niet werden bestreden. De rechtbank stelde vast dat deze gronden feitelijk juist en voldoende waren om de maatregel te dragen.
Ambtshalve toetsing leverde geen aanwijzingen op dat de maatregel onrechtmatig was. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.