ECLI:NL:RBDHA:2024:15846
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot doodslag met mes
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van poging tot doodslag op 14 december 2023 met een mes. De aangeefster verklaarde dat verdachte haar met een mes in beide armen had gestoken, terwijl verdachte stelde dat zij zelf een mes had gepakt en dat hij haar slechts had proberen te ontwapenen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de aangeefster op cruciale punten inconsistent waren en onvoldoende werden ondersteund door ander bewijs. Hoewel letsel bij de aangeefster was vastgesteld, was dit letsel oppervlakkig en kon niet onomstotelijk worden vastgesteld hoe het was ontstaan. Ook het ontbreken van bloedsporen in de woning en de omstandigheden waaronder de aangeefster werd aangetroffen, ondersteunden de verklaring van de verdachte.
Gelet op het bewijsminimum op grond van artikel 342 lid 2 Sv Pro, achtte de rechtbank het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte werd integraal vrijgesproken. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging tot doodslag met mes.