ECLI:NL:RBDHA:2024:15847
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor meerdere personen. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen een besluit genomen, ondanks verlenging met drie maanden. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is.
De rechtbank bepaalt dat vanwege de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders een langere beslistermijn dan de standaard twee weken moet worden opgelegd. Verweerder krijgt acht weken de tijd om alsnog een besluit te nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk wordt meegedeeld.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. De minister wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier A.S. Hamans op 30 september 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.