ECLI:NL:RBDHA:2024:15849
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank oordeelt dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
De rechtbank wijst het verzoek tot griffierechtvrijstelling definitief toe op grond van het inkomen van eiseres. Het beroep is tijdig ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling. De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is en legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder alsnog moet beslissen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 30 september 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen onder oplegging van dwangsommen.