ECLI:NL:RBDHA:2024:15851
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep buiten zitting behandeld en het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toegewezen.
De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiseres heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond.
Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen. Indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd bij overschrijding.
De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 30 september 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.