ECLI:NL:RBDHA:2024:15853
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiseres heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toe en stelt vast dat het beroep kennelijk gegrond is. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder alsnog moet beslissen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Verder wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50 aan eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier A.S. Hamans op 30 september 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen onder dreiging van een dwangsom.