ECLI:NL:RBDHA:2024:1586
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De staatssecretaris heeft de ontvangst bevestigd, maar nog geen inhoudelijke beslissing genomen.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen een besluit gelijkstaat en dat de volledige wettelijke beslistermijn is verstreken zonder besluit. Gelet op de complexiteit van gezinshereniging bij asielvergunninghouders, wordt een nadere beslistermijn van twintig weken opgelegd, in afwijking van de standaardtermijn van twee weken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden aan eisers toegekend. Tevens worden de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €184 aan eisers toegewezen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt. Eisers kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van dwangsommen.