ECLI:NL:RBDHA:2024:15870
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connex beroep
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar, waarop de minister op 20 juni 2024 een besluit nam. Vervolgens verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is als er ook een bezwaar of beroep aanhangig is. Omdat de minister al op het bezwaar heeft beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Daarnaast blijkt uit het procesdossier en bevestiging van de gemachtigde dat geen beroep is ingesteld tegen het besluit op bezwaar, waardoor het verzoek niet voldoet aan de vereiste van connex beroep.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening op grond van artikel 6:6, onder a, in combinatie met artikel 8:81, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een connex beroep.