Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zij verzochten de voorzieningenrechter om voorlopige voorzieningen te treffen, zodat zij gedurende het beroep rechtmatig verblijf, opvang en voorzieningen zouden behouden in Nederland.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de hoofdberoepen (zaken NL23.37522 en NL23.37524) reeds zijn beslist op de dag van deze uitspraak. Hierdoor zijn de voorlopige voorzieningen niet langer noodzakelijk en worden de verzoeken als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan buiten zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.