ECLI:NL:RBDHA:2024:15886
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en inreisverbod wegens ongeloofwaardigheid nieuwe motieven
Eiser, van Congolese nationaliteit, verzocht op 4 juni 2024 om een verblijfsvergunning asiel op basis van nieuwe motieven die verband houden met zijn vermeende samenwerking met een politieke activist en lidmaatschap van een oppositiepartij. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de identiteit, samenwerking en lidmaatschap, en het ontbreken van bewijs voor negatieve aandacht van de autoriteiten.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn nauwe band met de activist en lidmaatschap van de oppositiepartij. Ook de stelling dat hij door de autoriteiten wordt gezocht werd niet aannemelijk gemaakt. Eiser kon geen gedetailleerde informatie over de activist geven en leverde geen documenten ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de nieuwe motieven ongeloofwaardig heeft bevonden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, het inreisverbod van twee jaar blijft van kracht en eiser moet Nederland onmiddellijk verlaten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep is beslist.
De rechtbank overwoog dat de relatie van eiser met een Belgische vrouw onvoldoende was onderbouwd om het inreisverbod op grond van artikel 8 EVRM Pro te weerleggen. Eiser wordt verwezen naar de mogelijkheid om een verblijfsvergunning bij zijn partner aan te vragen. De proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.