Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], eiseres
[naam kind], V-nummer: [nummer]
[naam kind], V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. C.H. van den Berg),
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor haar en haar minderjarige kinderen. De aanvraag werd ingediend op 30 augustus 2022, waarna verweerder de beslistermijn verlengde tot uiterlijk 28 februari 2023. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en stelt een nadere beslistermijn van twintig weken vast, gelet op de complexiteit van de zaak en mogelijke noodzaak van nader onderzoek zoals een gehoor of DNA-onderzoek. Voor elke dag overschrijding van deze termijn legt de rechtbank een dwangsom van €100 op, met een maximum van €7.500.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verweerder reeds een bestuurlijke dwangsom van €1.442 heeft verbeurd vanwege de verstreken termijn. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €437,50. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt definitief toegewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 7 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en proceskostenveroordeling.