Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat partijen geen zitting wensten.
De rechtbank oordeelt dat het beroep terecht is ingediend omdat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden en eiser tijdig ingebreke heeft gesteld. Verweerder hanteert het fifo-principe waardoor de aanvraag pas in mei 2025 aan de beurt zou zijn, maar de rechtbank wijst een aanhouding af omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt.
De rechtbank legt een beslistermijn van acht weken op, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk wordt meegedeeld. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €7.500, opgelegd voor het overschrijden van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van €437,50.
De uitspraak bevestigt eerdere jurisprudentie dat nareisaanvragen bijzondere gevallen zijn die een versnelde behandeling vereisen. De rechtbank benadrukt het belang van tijdige besluitvorming in vreemdelingenzaken en handhaaft de rechtsbescherming van de aanvrager.