ECLI:NL:RBDHA:2024:1595
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsprocedure
Verzoeker, van Jordaanse nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen in een besluit van 8 juli 2022.
Na het indienen van bezwaar tegen dit primaire besluit, heeft verweerder op 13 december 2023 een beslissing genomen op het bezwaarschrift. Verzoeker heeft echter geen beroep ingesteld tegen deze beslissing.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een verzoek om voorlopige voorziening kan worden gedaan indien tegen het bestreden besluit een beroepsprocedure loopt. Dit is hier niet het geval, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.H. de Groot en griffier B.A. van der Wiel en is openbaar bekendgemaakt op 13 februari 2024. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende beroepsprocedure.