De minderjarige, geboren in 2009, kampt met emotionele problemen en agressie, waardoor hij sinds oktober 2023 vrijwillig verblijft in een logeerhuis van Jeugdformaat. De moeder kan onvoldoende weerstand bieden tegen zijn gedrag, en de vader is dementerend en niet betrokken bij de opvoeding. De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt ondertoezichtstelling voor een jaar en machtiging tot uithuisplaatsing voor negen maanden.
Tijdens de zitting bevestigt de kinderrechter de noodzaak van hulpverlening en begeleiding voor de minderjarige, die moeite heeft met emoties en suïcidale uitspraken heeft gedaan. De bezoekmomenten bij de moeder zijn uitgebreid en verlopen goed, maar de relatie is nog belast. De kinderrechter acht het belangrijk dat de minderjarige op zijn huidige school blijft en dat gewerkt wordt aan de ouder-kindrelatie, bijvoorbeeld via systeemtherapie.
De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden en verleent de machtiging tot uithuisplaatsing in een logeerhuis voor de gevraagde duur. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.