Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , eiseres,
en de minderjarige kinderen:
Rechtbank Den Haag
Eisers, een vrouw en haar minderjarige kinderen van Eritrese nationaliteit, verzochten om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinsleden van de referent, die sinds 2018 in Nederland verblijft. De minister wees deze aanvragen af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat sprake was van een duurzame en exclusieve relatie of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat de referent naast zijn huwelijk met een andere vrouw meerdere relaties had en bewust koos om in 2018 naar Nederland te reizen voor nareis bij zijn toenmalige echtgenote. De relatie met eiseres was niet exclusief en de overgelegde foto’s boden onvoldoende bewijs van duurzaamheid. Ook de familierechtelijke banden met de kinderen konden niet met authentieke documenten worden aangetoond; sommige documenten bleken vals of vermoedelijk niet echt.
Daarnaast was niet aannemelijk dat de referent een rol had in de verzorging of opvoeding van de kinderen. De minister mocht daarom de aanvragen afwijzen. Eisers voerden dat zij bewijsnood hadden en vroegen om DNA-onderzoek en het horen van de moeders, maar de rechtbank vond dit niet noodzakelijk omdat er geen nieuwe feiten waren en de moeders zich tot de autoriteiten konden wenden voor documenten.
Het beroep is ongegrond verklaard, eisers krijgen geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter Overmars en griffier Lindeijer op 3 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf en nareis wordt ongegrond verklaard.