ECLI:NL:RBDHA:2024:15985

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 oktober 2024
Publicatiedatum
4 oktober 2024
Zaaknummer
C/09/24/89 R
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 349a lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met vervroegde ingangsdatum

De rechtbank Den Haag behandelde op 30 september 2024 het verzoek van [verzoeker] om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). [Verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie en voldoet aan de criteria voor toelating, waaronder te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden en de verwachting dat hij aan de verplichtingen zal voldoen.

De rechtbank heeft tevens beoordeeld of de ingangsdatum van de WSNP vervroegd kan worden vastgesteld op het moment van het nulaanbod in het minnelijk traject, namelijk 21 februari 2024. Uit de stukken blijkt dat vanaf die datum aflossingen zijn gedaan die voldoen aan de wettelijke eisen, waaronder het verschil tussen netto-inkomsten en het vrij te laten bedrag (Vtlb). Tevens is vastgesteld dat [verzoeker] volledig arbeidsongeschikt is verklaard.

De rechtbank bepaalt dat de WSNP-regeling ingaat op 21 februari 2024 en zal achttien maanden duren. Tijdens de regeling geldt een postblokkade en wordt een bewindvoerder benoemd. De rechtbank waarschuwt dat het niet tijdig storten van het gespaarde bedrag en het nakomen van verplichtingen kan leiden tot verlenging of voortijdige beëindiging van de regeling zonder schone lei.

De beslissing omvat ook het opheffen van alle beslagen en de benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder. De uitspraak is openbaar gedaan op 4 oktober 2024.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt toegewezen met ingangsdatum 21 februari 2024 en een looptijd van achttien maanden.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummer: C/09/24/89 R
vonnis van 4 oktober 2024 (bij vervroeging)
op het verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
De hierna genoemde assistent schuldhulpverlener en beschermingsbewindvoerder hebben de rechtbank op 25, 27 en 30 september 2024 aanvullende stukken gezonden.
1.3.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 30 september 2024. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoeker] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- [verzoeker] , vergezeld door zijn partner mevrouw [naam] ,
- mevrouw S.C.A. Kooi van Noordzij Insolventie, schuldhulpverlener,
- mevrouw V. van Baalen van Noordzij Insolventie, assistent schuldhulpverlener,
- mevrouw J. Cok van Ornithos.EU B.V., beschermingsbewindvoerder.

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
[verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.2.
[verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Deze postblokkade geldt gedurende de materiële looptijd van de schuldsaneringsregeling. Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt stopt de postblokkade. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoeker] .
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoeker] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen.
Ingangsdatum looptijd van de WSNP
2.6.
Artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet (Fw) bepaalt sinds 1 juli 2023 dat de termijn van de WSNP begint te lopen (ingaat) op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de WSNP, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van een buitengerechtelijke schuldregeling indien die dag eerder is gelegen.
2.7.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de WSNP te bepalen op een datum acht maanden voorafgaand aan de datum van een te wijzen toelatingsvonnis. Het moment waarop in het minnelijk traject een zogenoemd nulaanbod aan de schuldeisers is gedaan zou moeten gelden als de eerdere ingangsdatum van de WSNP, aldus de schuldhulpverlener. [verzoeker] heeft dit nulaanbod gedaan op 21 februari 2024. De rechtbank stelt vast dat dit op de juiste wijze is gedaan.
2.8.
De rechtbank neemt bij de beoordeling van een verzoek om een eerdere ingangsdatum – en daarmee bij de beoordeling van de vraag of sprake is van aflossingen in het kader van een buitengerechtelijke schuldregeling – onder meer het volgende tot uitgangspunt: (1) aflossen is maximaal aflossen, (2) de hoogte van de aflossing wordt vastgesteld aan de hand van het vrij te laten bedrag (Vtlb) zoals berekend met de Vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is en (3) invulling van de inspanningsplicht zoals in de WSNP [1] :
a. Sollicitatieplicht die op dezelfde wijze wordt ingevuld als in de WSNP.
b. Controle op sollicitatieplicht op vergelijkbare wijze als in de WSNP.
c. Eventuele vrijstelling sollicitatieplicht op vergelijkbare wijze als in de WSNP.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum (een ingangsdatum vóór de dag van de WSNP-uitspraak) betekent dat vanaf die eerdere datum de WSNP-regeling met de daaraan verbonden WSNP-verplichtingen gaat gelden. Een van die WSNP-verplichtingen is de afdrachtplicht, die onder meer inhoudt dat maandelijks het verschil tussen de nettoinkomsten van een schuldenaar en het Vtlb aan de boedel moet worden afgedragen, ofwel – in termen van de wetgever – wordt afgelost. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus achtereenvolgend maandelijks sprake zijn geweest van aflossingen die ten minste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de nettoinkomsten en het Vtlb.
2.10.
[verzoeker] heeft volgens de ter beschikking gestelde gegevens in de periode van februari 2024 tot en met september 2024 uit zijn inkomsten een bedrag van € 107,53 kunnen sparen. Dit bedrag is onderbouwd met onder meer Vtlbberekeningen voor dezelfde periode en stukken die ten grondslag liggen aan die berekeningen. De rechtbank begrijpt, gelet op de toelichting van de beschermingsbewindvoerder, dat dit bedrag van € 107,53 inderdaad beschikbaar is en zal worden afgedragen aan de boedel. Daarnaast is tijdens het minnelijk traject een geliquideerd vermogen van € 810,98 ontstaan en aangeboden aan de schuldeisers. Ook dat bedrag zal worden afdragen aan de boedel. Dit betekent dat in totaal € 918,51 is gespaard.
2.11.
Verder volgt uit de stukken dat [verzoeker] door Calder Werkt is gekeurd en volledig arbeidsongeschikt is verklaard.
2.12.
Vanwege de inhoud van de stukken en het besprokene op de zitting, is de rechtbank van oordeel dat [verzoeker] sinds 21 februari 2024 heeft voldaan aan de inspannings- en afdrachtverplichting.
2.13.
Het voorgaande betekent dat de rechtbank bij het bepalen van een eerdere ingangsdatum zal uitgaan van de datum 21 februari 2024, met dien verstande dat [verzoeker] nog wel voor achttien maanden het verschil tussen het opgebouwde netto vakantiegeld en het te behouden deel van dat vakantiegeld moet afdragen aan de boedel. Een en ander zoals te berekenen met de Vtlb-calculator.
2.14.
De rechtbank merkt ten slotte in dit verband nog op dat indien het bedrag van € 918,51 (vermeerderd met het nog af te dragen vakantiegeld) niet op korte termijn op de boedelrekening wordt gestort, een boedelachterstand ontstaat en dit tot gevolg kan hebben dat de WSNP-regeling wordt verlengd of zelfs voortijdig – zonder schone lei – kan worden beëindigd. Dit kan ook het geval zijn indien komt vast te staan dat vanaf de ingangsdatum andere WSNP-verplichtingen niet (correct) zijn nagekomen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf
21 februari 2024;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. drs. J.C.A.T. Frima en tot bewindvoerder: J.M. Hoogland (Sociaal.nl Schuldsanering),
postbus 845, 1440 AV Purmerend;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is een beslissing van mr. J.R. Hagendoorn, rechter, in samenwerking met C. Groesbeek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2024 (bij vervroeging).

Voetnoten

1.Zie ook: Bijlage III (Landelijk uniforme beoordelingscriteria toelating schuldsaneringsregeling) bij het vanaf 1 juli 2023 geldende Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken, onder 5.3.6.