ECLI:NL:RBDHA:2024:15987
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid biseksuele geaardheid
Eiser diende op 24 maart 2022 een asielaanvraag in wegens zijn biseksuele geaardheid en de daaraan verbonden vervolgingsrisico's in zijn land van herkomst. De minister wees de aanvraag op 9 januari 2024 af wegens ongeloofwaardigheid van de geaardheid en de gestelde problemen.
Eiser voerde in beroep aan dat de minister ten onrechte correcties en aanvullingen niet had meegewogen en onvoldoende rekening had gehouden met zijn referentiekader en het proces van identiteitsontwikkeling. De rechtbank oordeelde dat de minister de correcties terecht buiten beschouwing liet, omdat deze nieuwe uitgebreide verklaringen bevatten die tijdens het nader gehoor niet waren gegeven.
De rechtbank stelde vast dat de minister het toetsingskader uit WI 2019/17 correct toepaste en dat de verklaringen van eiser oppervlakkig en niet authentiek waren. Het contact met LHBTI-organisaties werd onvoldoende geacht als compensatie. De enkele verwijzing naar een risicoprofiel was onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat de minister de geaardheid en de daaraan verbonden problemen terecht ongeloofwaardig heeft geacht en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen verblijfsvergunning en moet Nederland verlaten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser moet Nederland verlaten.