ECLI:NL:RBDHA:2024:15989
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en toewijzing proceskosten in Dublin-zaak
Verzoeker heeft een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de minister niet in behandeling is genomen omdat Roemenië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak en concludeerde dat nu de bodemzaak is beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot betaling van proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor rechtsbijstand door een derde. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier K.L.H. Thomas en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- proceskosten aan verzoeker.