ECLI:NL:RBDHA:2024:15997

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 september 2024
Publicatiedatum
4 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.29234
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure tegen niet-behandeling verblijfsvergunning

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister niet in behandeling is genomen omdat België volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 6 augustus 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen.

De voorzieningenrechter overweegt dat gezien de uitspraak op het beroep in de gerelateerde zaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 6 september 2024 en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.29234
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. E.H. Bokhorst),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: P.M.W. Jans).

Procesverloop

Bij besluit van 23 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.29233, op 6 augustus 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.29233, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
K.L.H. Thomas, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
06 september 2024

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.