ECLI:NL:RBDHA:2024:16022
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wvggz voor betrokkene met schizofrenie
Betrokkene, geboren in 1989, verblijft in een zorginstelling en is recent overgestapt van depotmedicatie naar orale medicatie. De rechtbank beoordeelt het verzoek tot verlenging van de zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro.
Hoewel betrokkene de medicatie inneemt, gebeurt dit vermoedelijk vanwege de zorgmachtiging en strenge controle. Er is een beperkt ziektebesef en het risico op het staken van medicatie zonder verplichte zorg is hoog. De zorginstelling heeft tot twee keer toe nagelaten een schriftelijk plan van aanpak te overleggen, ondanks eerdere opdrachten van de rechtbank.
De rechtbank constateert dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. De machtiging geldt tot 9 april 2025 en omvat medicatietoediening, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie.
De rechtbank benadrukt het belang van een concreet plan van aanpak en monitoring van medicatie-inname, met het oog op mogelijke toekomstige vrijwillige zorg. Tegen de beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging tot 9 april 2025 voor verplichte zorg aan betrokkene.