3.5.1.Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit – tenzij anders vermeld - de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2024063165, van het onderzoek Port-Louis met onderzoeksnummer DH2R024020, van de politie eenheid Den Haag, districtsrecherche Den Haag-West, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 1107).
1. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 28 februari 2024, voor zover inhoudende (p. 15):
Op 27 februari 2024 zat ik, verbalisant, samen met mijn collega in een onopvallend dienstvoertuig. Wij waren aan het posten. Ik zag dat er twee personen richting het te bewaken object liepen en het pand observeerden. Persoon één had een boodschappentas bij zich.
Ik zag op dat moment de twee personen het portiek van het te bewaken object binnengaan. Wij zijn toen naar het portiek gelopen. Wij hebben ons gelegitimeerd als politie en hebben de twee personen naar beneden gepraat. Toen de twee personen naar beneden kwamen lopen hoorde ik dat één van de mannen riep: “rennen”. Ik ben achter deze verdachte aangerend. Ik zag dat de verdachte het tasje op de grond had laten vallen en dat hij zijn linker schoen verloor. Ik ben de verdachte uit het oog verloren. Mijn collega heeft persoon twee aangehouden.
Ik ben teruggelopen naar de tas en heb hier zicht op gehouden. Ik zag dat er een zwart object in de tas zat en dat er een rood draadje uit dit object kwam. Ik dacht dat het een explosief zou kunnen zijn.
2. Het proces-verbaal van aanhouding verdachte [medeverdachte 1] , opgemaakt op 28 februari 2024, voor zover inhoudende (p. 66 en 67):
Op 27 februari 2024 liep ik, verbalisant, samen met mijn collega richting het portiek en zag vervolgens dat de twee manspersonen in het portiek stonden. Ik zag dat een man in de richting van het Stuyvesantplein rende. Ik rende daar vervolgens achteraan. Ik hield de verdachte aan. Hij bleek later bekend als [medeverdachte 1] .
3. Het proces-verbaal van aanhouding verdachte [medeverdachte 2] , opgemaakt op 28 februari 2024, voor zover inhoudende (p. 118):
Verdachte
Achternaam: [medeverdachte 2]
Voornaam: [medeverdachte 2]
Op 27 februari 2024 hoorde ik, verbalisant,, dat collega's van de bewakingseenheid twee personen zagen rennen op de [straatnaam] ter hoogte van perceelnummer [huisnummer 1] te Den Haag.
Wij hoorden hen over de portofoon vertellen dat er een persoon was aangehouden en dat er een tweede persoon was weggerend. Wij hoorden dat collega's van cameratoezicht op een bewakingscamera een persoon zagen lopen. Deze persoon was exact gekleed als het opgegeven signalement. Wij troffen de omschreven persoon aan. Wij zagen dat hij gekleed was zoals het opgegeven signalement en dat hij een schoen miste. Wij hebben hem bevolen om op zijn knieën te gaan zitten en zijn handen in de lucht te houden.
4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 28 februari 2024, voor zover inhoudende (p. 24 en 25):
De camerabeelden van de Ringdeurbel van perceel [adres 1] te Den Haag werden verstrekt. Dit betreft een fragment van 37 seconden.
27/02/2024
Verdachte één loopt de trap op en kijkt nadrukkelijk naar de deur van perceel [adres 1] te Den Haag. Verdachte één draait zich om, loopt een stukje de trap af en pakt een smartphone uit zijn rechterjaszak, waarna het scherm oplicht. De verdachte één draait zich vervolgens om en loopt weer richting de voordeur, waarbij hij de smartphone voor zijn gezichtsveld brengt. Ik hoor verdachte één vragen: “Is het deze?” Tijdens het stellen van deze vraag loopt de verdachte weer richting de voordeur van perceel 238 en richt hierbij de smartphone in de richting van de voordeur. Een mannenstem op de telefoon hoor ik zeggen: “ja toch (onverstaanbaar)”. Ik hoor de mannenstem via de telefoon nogmaals vragen: “kijken, kijken?. Ik zie dat verdachte één weer de smartphone richt op de voordeur van perceel [huisnummer 1] , waarna ik deze mannenstem hoor zeggen: “ja toch, ja toch”. Ik zie vervolgens dat verdachte één de smartphone weer in zijn rechterjaszak stopt en naar beneden de trap afloopt. Op de achtergrond zijn mannenstemmen te horen die zeggen: “politie, handen tegen de muur.”
5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 29 februari 2024, voor zover inhoudende (p. 20 en 21):
In de directe omgeving van de plaats delict werd een tas die weggegooid was door de verdachte [medeverdachte 2] aangetroffen. In deze tas bleek een explosief te liggen. Deze werd in het belang van het onderzoek in beslag genomen. Op verzoek van het onderzoeksteam werd de fouillering bekeken van verdachten. Dit om vast te stellen of de verdachten mogelijk in de gelegenheid waren geweest om het aangetroffen explosief aan te steken door middel van het bij zich dragen van een werkende aansteker. Bij het onderzoek aan de fouillering bleek dat de verdachte [medeverdachte 1] een aansteker bij zich droeg op het moment van zijn aanhouding. Er is getest of deze aansteker werkend was. Het bleek dat de aansteker volgens de normale manier te bedienen was en vervolgens een vlam gaf.
6. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 28 februari 2024, voor zover inhoudende (p. 26):
Op 27 februari 2024, bevond ik mij, verbalisant, aan de [straatnaam] te 's-Gravenhage. Ik kreeg de opdracht om forensisch onderzoek uit te voeren naar aanleiding van een aangetroffen explosief. Dit explosief werd aangetroffen naar aanleiding van de aanhouding van twee verdachten. Het explosief werd aangetroffen in een boodschappentas. Het explosief betrof twee flesvormige projectielen die door middel van zwarte tape aan elkaar geplakt waren.
Door een ter plaatse gekomen eenheid van de Explosieve Opruimingsdienst Defensie (EODD) werd het explosief onderzocht. Na onderzoek op deze locatie bleek dat het totaal gewicht van het pakket 2486 gram betrof. Tevens bleek dat het ging om twee stuks zogenaamde Shells (vuurwerk), omwikkeld met zwarte tape.
7. Het deskundigenverslag, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) genaamd ‘Explosievenonderzoek aan een vermeende explosieve constructie aangetroffen aan de [straatnaam] in Den Haag op 27 februari 2024, opgemaakt op 8 juli 2024, voor zover inhoudende (p. 1058, 1066 en 1067):
Conclusies
1. Wat is de opbouw van de vermeende explosieve constructie?
De constructie is opgebouwd uit twee Shells en kan worden geclassificeerd als een zogenaamde ‘geïmproviseerde (=zelfgemaakte) explosieve constructie’. De constructie bestond uit twee (vuurwerk)Shells die tegen elkaar aan getapet waren met zwarte verstevigde tape. Het snellont van beide Shells komt samen tot één snellont met aan het uiteinde een groen vuurwerklont. De verwachting is dat, wanneer het groene vuurwerklont aan het uiteinde wordt aangestoken, beide Shells gelijktijdig tot ontploffing zullen komen.
2. Wat is de uitwerking en gevaarzetting wanneer deze constructie tot ontploffing komt?
Bij de twee explosies treden effecten als hitte, kortstondige vuurverschijnselen en een drukgolf. Door de vuurverschijnselen kunnen in de omgeving aanwezige brandbare materialen ontsteken en zo tot brand leiden.
Bij de beproeving zijn door de explosieve kracht van de tweede simultane explosie (van de breekladingen van beide Shells) de Shells volledig verscherft en is de betontegel compleet kapotgeslagen en deels vergruisd waardoor fragmenten met een hoge snelheid in de rondte worden geslingerd. Tevens trad een zeer luide knal waarbij op 25 meter afstand een geluidsdruk van 140,8 dB(AI) werd geregistreerd.
Vooral door de rondvliegende fragmenten en de knal ontstaat gevaar voor letsel voor eventueel in de directe nabijheid aanwezige personen ten tijde van de tweede ontploffing. Het gevaar voor personen is sterk afhankelijk van waar de persoon zich bevindt ten tijde van de ontploffing:
- voor personen binnen een afstand van één tot enkele meters (in een vrije baan) is zeer ernstig lichamelijk letsel een gegeven;
- tot op enkele tientallen meters afstand van de ontploffing (in een vrije baan) is er gevaar voor lichamelijk letsel tot dodelijk letsel;
- tot op een afstand van circa 25 meter is er voor een personen zonder gehoorbescherming in ieder geval gevaar voor (al dan niet permanente)
gehoorschade.
Wanneer deze explosieve constructie in bijvoorbeeld stedelijk gebied tot ontploffing
zou zijn gebracht kan, afhankelijk van de afstand, materiële schade ontstaan aan
direct in de nabijheid aanwezige omgevingsmaterialen (bijvoorbeeld woningen en
auto's). Het gevolg is dat er secundaire scherfwerking optreedt van deze omgevingsmaterialen. Dit vergroot de gevaarzetting voor personen en andere
goederen.
3. Valt een dergelijke constructie onder de Wet wapens en munitie?
Technisch gezien voldoet de explosieve constructie aan de definitie van:
‘een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing’, zoals vermeld in artikel 2, lid 1, categorie II, 7° van de Wet wapens en munitie.
8. Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [adres 1] 's-Gravenhage), opgemaakt op 29 februari 2024, van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2024057902, van het onderzoek Triolet met onderzoeksnummer DH2R024020, voor zover inhoudende (p. 39):
Omschrijving onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie betrof een open portiek voor de woningen van de [adres 1]
, [huisnummer 2] , [huisnummer 3] en [huisnummer 4] te 's-Gravenhage. Deze woning bevonden zich op de eerste en tweede woonlaag welke allen boven winkelruimtes gesitueerd waren. Het portiek is de enige looproute vanuit de woningen naar de straat toe. Het open portiek is te bereiken via het trottoir van de Juliana van Stolberglaan.
9. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 22 april 2024, voor zover inhoudende (p. 453, 455, 457 t/m 460):
Onder de verdachte [medeverdachte 1] werd een mobiele telefoon in beslag genomen. Deze werd onderzocht en op basis van deze gegevens konden van zijn telefoon de GPS data in kaart worden gebracht. Daaruit bleek dat deze telefoon de volgende route had afgelegd:
27-02-2024 omstreeks 19.30 uur Station Schiedam centraal
27-02-2024 omstreeks 19.50 uur omgeving BP [adres 2] te Rotterdam
27-02-2024 omstreeks 20.05 uur Zevenkampse Ring te Rotterdam
27-02-2024 omstreeks 21.30 uur plaats delict [straatnaam] te Den Haag.
Op basis van de vergelijkingen van de verkeersgegevens van de locatie Schiedam (Schiedam Centraal station) en de plaats delict, gelegen aan de [straatnaam] bleek dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] overeenkomstig was. Dit telefoonnummer bleek gekoppeld aan het telefoontoestel voorzien van het imei-nummer: [telefoonnummer 2] (1). Ten einde de identificatie van de gebruiker van dit telefoontoestel, alsmede diens rol vast te stellen werden de verkeersgegevens gevorderd over de periode van zes maanden.