ECLI:NL:RBDHA:2024:161
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Libische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De staatssecretaris had op 30 oktober 2023 een verzoek tot terugname gedaan bij Oostenrijk, dat dit op 31 oktober 2023 aanvaardde.
Eiser vreesde dat hij in Oostenrijk geen zorgvuldige asielprocedure zou krijgen, dat hij het risico liep op uitzetting naar zijn land van herkomst waar hij vervolging en onmenselijke behandeling vreest, en dat hij geen effectief rechtsmiddel zou kunnen instellen vanwege mogelijke dakloosheid en gebrek aan rechtsbijstand. Ook vreesde hij ontoereikende opvang en medische voorzieningen na overdracht.
De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Oostenrijk zijn verdragsverplichtingen nakomt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er aan het systeem gerelateerde tekortkomingen zijn die een reëel risico op onmenselijke behandeling opleveren. Ook is geen gegronde vrees voor indirect refoulement vastgesteld en is niet aannemelijk gemaakt dat eiser geen toegang tot rechtsbijstand zal hebben.
De rechtbank ziet geen reden om de aanvraag onverplicht aan zich te trekken en verklaart het beroep ongegrond. Eiser mag worden overgedragen aan Oostenrijk en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser wordt overgedragen aan Oostenrijk.