ECLI:NL:RBDHA:2024:1610
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens bestaan binnenlands vestigingsalternatief in Koerdische Autonome Regio
Eisers, een Iraaks gezin, hebben asiel aangevraagd na bedreigingen en geweld door een lid van een terroristische organisatie die hun familie heeft getroffen. Na meerdere incidenten, waaronder een beschieting waarbij eiser gewond raakte, vluchtten zij uit Irak en dienden zij hun asielaanvragen in Nederland in.
De staatssecretaris wees de aanvragen af omdat eisers een binnenlands beschermingsalternatief (vestigingsalternatief) in de Koerdische Autonome Regio (KAR) hebben, waar zij eerder woonden en familie hebben. Eisers voerden aan dat dit alternatief niet veilig is vanwege de macht en invloed van de bedreiger, en dat registratie in de KAR hen kwetsbaar maakt.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de toets conform de Vreemdelingencirculaire juist heeft toegepast. Eisers zijn in de KAR geboren, stonden daar geregistreerd en hebben familie die hen kan ondersteunen. Er is onvoldoende bewijs dat de bedreiger hen daar kan opsporen of dat de autoriteiten geen bescherming kunnen bieden.
Daarnaast mocht de staatssecretaris aannemen dat eisers zich niet onverwijld hebben gemeld na binnenkomst in Nederland, waardoor de aanvragen als kennelijk ongegrond konden worden afgewezen en een inreisverbod van twee jaar kon worden opgelegd.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de asielaanvragen af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens het bestaan van een binnenlands vestigingsalternatief in de Koerdische Autonome Regio.